+31 70 711 23 00

Het ‘anti oppot vereiste’ bij een Goed Doel (ANBI): Geen papieren tijger

By 3 juni 2021Nieuws

Capital Support Filantropie
Zonder een oordeel te willen geven over de concrete situatie, was de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van maart 2021, weer een waarschuwing aan de ANBI’s om het verbod om ‘meer vermogen aan te houden dan nodig voor het verwezenlijken van de doelstellingen’, geen loze bepaling is.

In deze kwestie had een ANBI jarenlang het vermogen laten groeien van € 4,5 miljoen tot €15,5 miljoen. Nu is het op zich zelf niet verboden dat een ANBI haar vermogen laat toenemen. Maar het bovenstaande vereiste brengt wel met zich mee, dat de ANBI duidelijk en concreet de toekomstige besteding van dit vermogen bepaalt. En daar ook, waar mogelijk, uitvoering aan geeft. In dit geval had het bestuur beide nagelaten. Er waren weliswaar algemene doelstellingen geformuleerd, maar dat was niet voldoende. Vermogensvorming moet een concrete besteding kennen.

In artikel 1a van de Uitvoeringsregeling AWR wordt onder andere bepaald: ‘Is er sprake van oppotten van het vermogen?’

Wij merken nog regelmatig dat besturen van ANBI’s -overigens vaak met de beste bedoelingen- het vermogen laten groeien met een latente toekomstige doelbesteding voor ogen. Die praktijk werd in het verleden ook door een uitspraak van de Hoge Raad gesanctioneerd (Hoge Raad 1972). Echter, de nieuwe ‘ANBI wetgeving’ uit 2010 heeft hier expliciet een einde aan willen maken door het opnemen van dit ‘anti oppot vereiste’. En we zien dat de Belastingdienst deze regels strikt interpreteert en handhaaft.

In het onderhavige geval heeft de ANBI nog geprobeerd om, hangende het onderzoek van de fiscus, alsnog tot een concrete doelbesteding te komen. Maar toen was het al te laat. Uiteindelijk steunde de Rechtbank het intrekken van de ANBI status met terugwerkende kracht.

Onze aanbeveling is dan ook dat besturen van ANBI’s (bij de komende jaarvergadering?) kritisch naar de omvang van hun vermogen kijken in relatie tot de doelbesteding. En als er vermogen wordt gevormd voor een toekomstige doelbesteding, dat deze besteding dan ook zo concreet mogelijk wordt geformuleerd. En de ANBI voortvarend en regelmatig beziet -en vast legt- of deze besteding al geconcretiseerd kan worden. Dat kan in bepaalde gevallen ook geschieden door bijvoorbeeld duidelijke toezeggingen voor deze -toekomstige- besteding te doen.

Robert D Kreder
Associate partner
Capital Support